Hoe een ambitie werkelijkheid wordt…

Zoals elders vermeld wilde d’Haone een straatcarnaval met kapellekes muziek. Deze doelstelling werd in de eerste jaren na de oprichting meer dan gerealiseerd. Dit blijkt overduidelijk uit de schier oneindige lijst van kapellekes en muziekskes die binnen de eigen gelederen ontstonden.

Veel muziekgezelschappen binnen d’Haone vinden hun oorsprong in de onstuimige groei van de vereniging. In het tweede jaar van bestaan, is het aantal leden gegroeid tot meer dan 150. Bij een dergelijke omvang wordt het heel moeilijk om ieder lid nog persoonlijk te kennen, of van ieder lid nog te weten in welke relatie deze staat tot de anderen.

Naast een aantal kapellen die een flink aantal jaren bestaan hebben, waren er ook nog enkelen die slechts een of enkele jaren hebben gefloreerd. Een daarvan was de Augurkenband in 1979. Die liep voor de grote Haone wagen uit in de optocht.

Is de Fuut al een sensatie als gangmaker van het straatcarnaval, in 1971 komt er versterking met een tweede Haonekapel. Leopold van Stokkum, tot dan toe bestuurslid bij d’Haone, geeft te kennen dat hij het besturen eigenlijk niet zo leuk vindt.

Alphons Dassen stelt hem voor een ‘bandje’ op te richten. Een tweede kapel zou immers de Fuut ontlasten en kunnen zorgen voor wat afwisseling. Leopold laat er geen gras over groeien. In de deuropening van diverse kroegen slaat hij ijverig aan het ronselen. Zo weet hij wildvreemde jonge mensen van een jaar of achttien te interesseren voor d’Haone en voor het nieuwe muziekske.

In het in 1967 nog zelfstandige kerkdorp Aalst, bij Jan Alons thuis, wordt door de leden van een nieuwe kapel flink geoefend op de zolderkamer. De jongens voelen zich erg welkom, maar na vele kopjes koffie met koek zal Tim Kuipers op een dag verzuchten, ‘Hoeveel kopjes koffie moeten we hier nog drinken, vooral eer we aan het bier geraken?’.

De nog jonge kapel zal onder de naam d’Haone Fuut furore maken in Eindhoven en ver daarbuiten.

Tijdens het carnaval van 1995, 1996 en 1997 wordt Eindhoven getracteerd op een nieuw Haone fenomeen: d’Haone-lawaai-makerij. Daar is heel wat aan vooraf gegaan. Heuse trommellessen voor trommelaars, sambabal-hanteerders, tambourijnieren, dekselzwaaiers en bongo-meppers of anderszins. De vereniging heeft er zelfs een trommelinstructrice voor in de arm genomen. Deze houdt vooral vast aan de opvatting: ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd’.

De Veterhaône zijn voortgekomen uit de oorspronkelijke d’Haone Fuut en zijn gestart in carnavalsseizoen 1967-1968. Na herhaalde aanvaringen met het bestuur van d’Haone, besluit d’Haone Fuut in 1980 een eigen weg in te slaan als onafhankelijke kapel onder de naam ‘De Veterhaône’.

Van 1978 tot en met 1982 hadden we als Haone, naast d'Haone Fuut / de Veterhaône, d'Altijd Naïeve, Ut is maor vur efkes en Les Femmes Fatales, nog een 5e kapel, de Doepdeksuls.
Jawel, in totaal dus 5 kapellen bij een en dezelfde vereniging.

In 1975 wordt deze geheel uit meisjes bestaande kapel opgericht. Ze volgen het voorbeeld van hun enthousiaste mannelijke collega’s in ‘Ut is maor vur Efkes’. De laatste oefent gedurende het gehele jaar, iedere vrijdagavond in de Stadsherberg. Voor veel echtgenotes en vriendinnen brengt dat verveling met zich mee. Zo is het idee van een ‘eigen kapel’ snel geboren. Ook anderen vinden het leuk om mee te spelen, en dat gebeurt heel serieus. De dames repeteren in het winterseizoen iedere week onder de bezielende leiding van Fransje van Kollenburg.

In 1974, één jaar voor dat Alphons Dassen stadsprins van Eindhoven zou worden, werd op zijn initiatief, thuis in Nuenen, een nieuw muziekske opgericht naast d’Haone Fuut en d’Altijd Naïeve. Alphons wilde eigenlijk een clubke starten dat met kazoos en houten instrumenten, naar het voorbeeld van de Kikvorschen uit ‘s Hertogenbosch, een bijdrage ging leveren aan het Lampegatse straatcarnaval. Op het einde van de oprichtingsbijeenkomst, verlootte hij echter een ventieltrombone onder de aanwezigen. Hans van de Burgt werd de gelukkige winnaar van dit derdehandse (en dus lekke) instrument.

Omdat d’Haone steeds meer jonge gezinnen kent onder haar leden, is het heel gewoon dat ouders hun jonge kinderen meenemen naar de verschillende carnavalsactiviteiten van de vereniging. Met name het Haone Boere Blaos Festijn leent zich er bij uitstek voor om carnaval te vieren met de jonge kroost, waarbij menig peuter of kleuter een haonekiel draagt in miniformaat.

In 1980 wordt door een aantal zeer jonge Haoneleden een nieuwe boerenkapel opgericht. Uit de naam die men kiest, ‘We doen wa we kenne’, klinkt meer de sociale cohesie door die men nastreeft, dan het willen verwerven van een hoog muzikaal gehalte. Men wil gewoon bij dit clubje horen, en door de naam onderscheidt men zich van al die andere clubjes die zich binnen d’Haone formeren. Men kan het vergelijken met de wijze waarop corporale studentenverenigingen doorgaans zijn ingericht.

Sinds begin 2015 hebben we weer een echte Haone kapel. De nieuwste ster aan het Haone kapellen firmament heet officieel #WKHOZMP, oftewel voluit “We Kunnen Het Op Z’n Minst Proberen”.