1992-1993 Marketerius (Berry Geerts)

Berry Geerts woont in het centrum van Eindhoven. Hij voelt zich een echt ‘binnenstadskind’. Carnaval vieren zit hem in het bloed. Het is 1955 als Berry als jong kind van 5 jaar op het Stationsplein, een gezelschap van volwassen mannen ziet met een steek op het hoofd en tussen de benen een stokpaardje. Het zijn de Volders die hiermee inhoud geven aan hun ambitie om in het Eindhovense, van toen, het carnaval te lanceren.

Voor Berry begint het carnaval op vrijdagsmiddag met het doen van boodschappen met zijn moeder. Eerst naar de buren ‘Werkkledingmagazijn Wielinga’ om er een passend boerenkieletje te kopen, dan naar zaadhandel ‘Rebel’ op de hoek van de Jan van Lieshoutstraat – Ten Hagestraat voor de aanschaf van klompjes. Het petje en een boerendas, een diffuus stukje textiel samengehouden met een kartonnetje wordt ten slotte bij Vroom & Dreesman gekocht.

1992 Prins Marketerius medailleOp zaterdagmorgen rond 10:00 uur staat Berry, getooid in zijn nieuwe outfit compleet met rode-neus en een blos op de wangen, en een tamboer-maîtrestok bij de Hoffotograaf ‘Van Beurden’ (Huug Teune). Hij maakt deel uit van de entourage op de ‘Prinselijke Statiefoto’ van de Volders. Berry is als tamboerke een soort mascotte van de boerenkapel, een rol die hij met verve speelt tot hij wordt ‘verbannen naar een kostschool’.

Berry leert d’Haone kennen in zijn tienertijd. Hij beschrijft de Haone als ‘een club van echte Babyboomers die op zoek zijn naar een eigen identiteit, nog niet belast met enige levenswijsheid en/of ervaringen. Wel een groep die – geheel in de tijdgeest van de zestiger jaren - wars van elke autoriteit zoals de kerk en/of (kost-)school.

Het is een roerige, boeiende en spannende tijd. Opstandige studenten in Parijs, Provo’s in Amsterdam en Eindhoven, en een beetje Rode Jeugd. Het is ook de tijd van echte scholierenstakingen. Op het GLE, Gemeentelijk Lyceum Eindhoven, stond wijlen Prins Joost Geerts op de barricade voor het issue ‘Vrij met carnaval’.

Berry is iemand die zijn handen uit de mouwen steekt. Met carnaval werkt hij als garderobediende en later als biertapper bij Café ‘De Schuur’. Het doel is voldoende geld te verdienen om op één avond carnaval te kunnen vieren in ’t Silveren Seepaerd.

Het is de plaats waar Berry zijn eerste grote liefde tegenkomt. Hun gezamenlijke plannen en ambities richten zich op spannende dingen buiten het Eindhovense. Hierdoor verliest Berry het carnaval en d’Haone uit het oog.

Maar niet voor altijd. Berry is een verstokt hockeyer bij M.H.C. Oranje Zwart en in 1975 begeeft hij zich met enkele teamgenoten in de catacomben van de Eindhovense Stadsschouwburg. De carnavalsfeesten van d’Haone in de Bistro/de Agora zijn een overweldigende ervaring voor Berry. Echt een belevenis vergeven van originaliteit en dynamiek. Het is dan ook dé periode van grote bloei voor d’Haone. Hun ledenaantal stijgt op dat moment exceptioneel kunnen worden, en iedere avond bezoeken meer dan duizend mensen de buik van de schouwburg.

Berry vindt, na het vroeg overlijden van zijn vrouw, een nieuwe liefde bij d’Haone, Pietie van de Kamp. Zij is bestuurslid bij d’Haone. En zo wordt Berry opgenomen in het netwerk van de vereniging. En Berry verdeelt zijn tijd tussen Pietie, de ‘Stadsherberg’ en zijn hockeyclub. Een prima omgeving en klimaat waarbinnen de banden met mensen uit heden en verleden kunnen worden aangehaald.

Wat maakte het lidmaatschap van d’Haone nu zo aantrekkelijk?

Volgens Berry: ‘Het elkaar kennen, al van jongs af aan, speelde een grote rol. Iedereen wist precies waar een ieder geboren was; het overgrote deel had van origine dezelfde bloedgroep, cultuur en maatschappelijke achtergrond, maar zeker ook dezelfde ‘geurtjes en kleurtjes’; Zonder uitzondering was iedereen op zoek naar een identiteit waarmee men zich kon manifesteren en (soms) een beetje kon provoceren; Elke ‘diepzinnige’ actie van welke oorsprong lokte spontaan een reactie uit; en elk manifest en manifesteren van wie dan ook was verzekerd van een reactie van d’Haone’.


Berry wordt in 1982 voorzitter van d’Haone. Meer een opportunistische samenloop van omstandigheden. De bestuursvergaderingen vinden immers regelmatig plaats bij Berry en Pietie thuis. Berry is, zoals het een goeie Haon betaamt, niet te beroerd om mee te kakelen en laat zich verleiden voor het goede doel.

Onder zijn voorzitterschap zal het Federatiebal voor d’Haone maar liefst vier dagen duren. Op vrijdag wordt er afgetrapt met een vergadering met als enige agendapunt: ‘Hoe en op welke wijze gaan we het Federatiebal verstoren’. Op zaterdagochtend worden alle daarvoor benodigde attributen geregeld en wordt de komische ‘terreur’-actie voorbereid. ’s Avonds staat niet de Prinsenwisseling, maar het verstoren van het daaromheen hangend protocol centraal. Op zondagmiddag genieten d’Haone tijdens de prinsenreceptie na van hun stunt en op maandagmiddag tenslotte, rond de klok van 18:00 uur wordt in de Stadsherberg onder het genot van een biertje het Krantenbericht terzake besproken, en vindt een evaluatie plaats van de afgelopen vier dagen.

In 1992 wordt Berry gevraagd om Prins van Eindhoven te worden. Met Jozef Huijbregts en Hendrik-Jan Wilken als zijn adjudanten en Manon van Bakel en Brigit Slaats als zijn hofdames zal hij zich een jaar inzetten voor de stad.

Door zijn ouders in al zijn haarvaten begiftigd met de Bourgondisch bloed, zijn carnavaleske carrière als tamboerke, het voorzitterschap van de Haone, en de vriendenkring respectievelijk de omgeving waarin hij verkeert, lijkt dit Prinsschap het ultieme ‘orgasme’ te zijn voor de carnavalsvierder. Berry zal er achter komen dat zulks niet het geval is. Berry ziet de betrekkelijkheid in van alles, dus ook van het Prins zijn.

Heeft het hem dan geen of weinig voldoening gegeven? In tegendeel, het gevraagd worden streelt hem (of beter zijn ego) op een ongelofelijke manier. Hij voelt de adrenaline door zijn aderen golven, als hij tijdens het Federatiebal, achter de gordijnen klaarstaat, om voorgesteld te worden. Een ongelofelijk gevoel. Maar hij weet dat na leuke, na serieuze zaken, na het genieten en beleven, na het je alles laten welgevallen, het lachen en af en toe een traan laten, weer heel gewoon, het gewone leven wacht. Hij zou het prinsschap nooit hebben willen missen, … maar één keer is genoeg. 

Foto galerijen

 

Lees 15316 keer Laatst aangepast op vrijdag, 16 september 2016 12:19