Leo van de Voort

17e Bock Leo, zeventiende Prins Bock d’n Urste, Konincklijke Carnavalsvereniging Café Wilhelmina (vh) in oprichting / Lid bestuur F.E.C. Evenementen

Met heel veel plezier, denk ik terug aan 44 jaar Haone.
Ik werd in 1976 lid van de Raad van Elf van de Blauwbuiken en dan kom je in aanraking met alle federatieve verenigingen.
Daar hoorde ik dus ook de eerste verhalen over de Haone, variërend van spaghetti gevechten tot aan slagroomtaarten in het gezicht van de stadsprins.

De eerste keer dat ik daadwerkelijk iets met de Haone had, was het jaar nadat Gerard Lagarde als Stadsprins Debrejatius het Lampegat regeerde.
Hij werd toen voorzitter van de Blauwbuiken en ik werd secretaris.
In januari dat jaar (volgens mij 1985) hadden de Haone in het patronaat aan de Le Sage ten Broeklaan de ‘Haone-doe-mar-wa’ show. Samen met Gerard en enkele andere leden van de Blauwbuiken, waren wij die avond present.
Wat ik daar zag en meemaakte grensde toen aan het ongelooflijke. De avond stond in het teken van het circus en Ben van der Sommen was de spreekstalmeester. Wat me toen al opviel, en dat is heden ten dage nog steeds, de enorme creativiteit van de Haone-leden.

In 1987 werd ik als prins Leo dun Urste van de Blauwbuiken door de Haone uitgenodigd om hun prinsenbal te bezoeken in de Stadsherberg op de vrijdag voor carnaval.
Ik werd onthaald door de dames van de Haone, voor die gelegenheid gekleed in de dansmariekepakjes van de Volders.
Ik sprong met mijn adjudant op een podium en werd op een fantastische wijze toegezongen door het talrijke Haone publiek. Ik werd door de spreekstalmeester Ben van der Sommen gevraagd te verhuizen van het noordelijk podium naar het zuidelijk podium (zegge en schrijve 5 meter!).
Daar moest ik de nieuwe prins van de Haone onthullen. Ik was echt benieuwd wat ze nu weer uit de hoge hoed hadden getoverd. Naast mij op het podium stond iets groots opgesteld met daar overheen een groot wit laken. Ik kreeg de onmetelijke eer te onthullen wie de nieuwe prins van de Haone zou worden.
Het licht ging uit en de spot aan, waarna ik het laken weg moest trekken. Ondertussen draaide men het liedje: ‘Daar komt munne Witpen aan.
Onder het laken stond een kooi met daarin een levende haan.

Fantastisch, echt weer iets voor de Haone. Ter plekke besloot ik lid te worden van dit mooie clubke en voldeed en passant de contributie.
Dat ik als prins, lid was geworden van de Haone drong natuurlijk ook door tot de Blauwbuiken familie en die besloten daar op een creatieve manier mee om te gaan.
Tijdens de eerste carnavalsavond kreeg ik van de Raad van Elf een echte haan omgehangen. Deze was nog niet zo lang geleden geofferd en dus nog warm.
De hele carnaval heeft de haan aan de kop van de bar meegebengeld.

Inmiddels zijn er enkele jaren verstreken en ik werd secretaris van de commissie Federatiebal als opvolger van Haonelid Rob van Tuyl. Ook werd ik gekozen in het Federatiebestuur waar ik enkele jaren zeer prettig heb samengewerkt met o.a. Fransje van Kollenburg. Helaas heeft zij ons veel te vroeg verlaten, wat een enorme leegte opleverde in het Lampegatse carnaval.

Ik werd weer lid van Haone en de manier waarop is eigenlijk weer een verhaal apart. De Haone hadden op een gegeven moment hun ledenvergadering in de bovenzaal van het Pandje. Medebestuurslid bij de F.E.C. Peter van Hoof en mijn persoontje besloten lid te worden van de Haone. De plaatselijke fritesboer kreeg van ons de opdracht om 2 gebakken halve hanen af te leveren bij het bestuur tijdens de jaarvergadering. We hadden er een briefje bij gedaan met de mededeling dat deze 2 halve hanen wilden toetreden als echte Haon.

Inmiddels was ik ook toegetreden tot de Raad van Zelluf van de Konincklijke Carnavalsvereniging i.o. Café Wilhelmina. Geen toeval want ook bij dit clubke was de stelregel: alles mag maar niks moet. Toen onze ‘sympathieke zaalhouder’ Frank van den Nieuwenhof mij vroeg om de 17e Prins Bock dun Urste te worden, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Te midden van o.a. het gehele Haone bestuur werd ik dus 3 jaar geleden op de ellufde van de ellufde onthult als de 17e Prins Bock dun Urste. Van voorzitter Karin Hemerik ontving ik zeer passend cadeau. Tijdens de nieuwjaarsreceptie kreeg ik van haar een prachtige olifant omgehangen met boven op zijn rug vastgeplakt een heuse haan. Daar ben ik nog zeer trots op, Overigens was dat jaar voor mij een van de leukste en enerverendste die ik heb meegemaakt als actief carnavalist.

Heden ten dage ben ik nog steeds Haonelid en kijk graag uit naar al die gezellige middagen en avonden met d’Haone.

Lees 4498 keer Laatst aangepast op dinsdag, 09 juni 2020 10:50