2.1 Nederland

Het carnaval wordt in Nederland ongetwijfeld het meest intensief gevierd in Limburg en Noord-Brabant. In het zuiden van Nederland functioneert het hele voorseizoen vanaf de ‘11e van de 11e’ als ‘warming up’. Het carnaval zelf is het grote slottoneel waarbij het normale leven van alledag als verlamd is: scholen en bedrijven sluiten en op veel plaatsen is de deelname aan het feest zeer algemeen. De niet-deelnemer weet dan ook nauwelijks waar hij het moet zoeken, en kiest soms voor de wintersport.

RheinmaasländischHet carnaval is een zeer plaatselijk gebeuren en de echte carnavalist uit Venlo heeft zodoende nooit het carnaval in Den Bosch of Maastricht meegemaakt. Het interesseert hem misschien wel, maar hij kan tijdens die drie dagen uiteraard niet weg.
Binnen het Nederlandse carnaval zijn grofweg twee verschillende tradities te onderscheiden: de Rijnlandse traditie in Limburg en de Bourgondische traditie in Brabant. Kortweg, het Rijnlandse heeft meer de militaire, Pruisische inslag met veel vertoon van uniformen en marsmuziek, terwijl de Bourgondische traditie meer het boertige karakter heeft met boerenkielen (Den Bosch en Bergen op Zoom), en qua muziek veel boerenkapellen en dweilorkesten kent. Op dit moment ziet men in het Brabantse veel mengvormen, vooral in Eindhoven (Lampegat) zijn Venetiaanse kenmerken, zoals veel maskers en dito uitdossingen.






 

 

2.1.1. Rijnlands carnaval in Limburg

Voor de carnavalsviering in Limburg zijn de historie en ligging van de provincie van grote betekenis geweest. De moderne viering zoals deze uit het Rijnland snel tot dit gewest doordrong, verdrong de oude gebruiken aan de vooravond van de vasten zoals het gansrijden, ringsteken, de ommegangen met de foekepot en het worst eten. Slechts in enkele plaatsen kent men deze gebruiken nog.
Rijnlands StraotkarnevalEr mag ook op gewezen worden dat de streek tussen Maas en Rijn van oudsher een goede voedingsbodem is voor carnavaleske gebruiken. Het oudst bekende gekkengezelschap, gesticht door Graaf Adolf van Cleve in 1381 vormt daarvoor een bewijs. Hetzelfde geldt voor de befaamde Narrenacademie uit Dulken die wel eens uit de 16e eeuw zou kunnen dateren. Dat Keulen al in de Romeinse tijd ‘carnaval achtige’ feesten kende, zal velen niet verrassen.
Een georganiseerde viering kwam overigens in Limburg pas rond 1840 geleidelijk op in de garnizoenssteden Maastricht en Venlo. In feite in navolging van Keulen en Aken. Het ging bovendien met vallen en opstaan. Het klimaat was er aanvankelijk niet rijp voor: de kerkelijke overheid stond er vrij negatief tegenover en probeerde de mensen met het zgn. veertigurengebed van dit feest af te houden. De burgerlijke overheid greep regelmatig voorkomende uitwassen aan om verboden uit te vaardigen o.a. tegen de maskerade. Vooral na de tweede wereldoorlog stak de carnavalsviering de kop weer overal op. Het leek of men vijf jaar vreugde opgespaard had. Er ontstonden veel nieuwe verenigingen, terwijl bestaande met nieuw elan de organisatie weer oppakten. Naast Maastricht en Venlo zijn ook plaatsen als Beek, Kerkrade en Eygelshoven, Valkenburg, Simpelveld, Heerlen, Sittard, Tegelen, Steijl, Roermond, Velden, Weert en Venray carnavalsoorden bij uitstek.

2.1.2. Bourgondisch carnaval in Noord-Brabant

Bourgondisch Carnaval Pieter BruegelHet bespreken van het Brabantse carnaval is misschien nog wel moeilijker dan het Limburgse carnaval. In de eerste plaats is de provincie groter. In de tweede plaats is het carnavalsgebeuren er veelsoortiger dan in Limburg.

Er zijn twee hoofdvarianten:

• een vrij jonge viering (vooral na de tweede wereldoorlog) die, net zoals in Limburg, sterk is geënt op de Rijnlandse tradities;
• een viering die meer het Brabants eigene heeft behouden en die veelal als Bourgondisch wordt omschreven. Het gaat dan om festiviteiten die in de oorspronkelijke eenvoudige boerenkiel (met pet) gevierd worden. De oorsprong van deze viering toont meer verwantschap met de tradities van de middeleeuwse narrenfeesten en de feesten of gebruiken van schutterijen en gilden (zie schilderijen van Breughel, Jeroen Bosch etc.).

CarnavalsplaatsenplattengrondTwee trendsetters voor de Brabantse carnavalsviering zijn Den Bosch en Bergen op Zoom, hoewel het beter is om van Oeteldonk en Krabbegat te spreken. In Brabant wisselen, in tegenstelling tot Limburg, met carnaval zelfs de plaatsnamen. Tussen de tradities van deze twee steden (de narrentraditie van Krabbegat enerzijds en de boerentraditie van Oeteldonk) kan men tal van mengvormen aantreffen. Onder andere in Breda, Roosendaal, Tilburg, Boxmeer, Helmond, Eindhoven (Lampegat), Valkenswaard (Striepersgat) en Uden. Eindhoven kent daarbij weer een specifieke mengvorm van het Bourgondische en het Rijnlandse model, doordat er veel is overgenomen van de Venlose traditie. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de combinatie van boerenkielen en ‘Venetiaanse stijl’ pakken zoals die ook meer in Limburg te zien zijn. Hier heeft in Eindhoven met name carnavalsvereniging D’Haone een belangrijke rol bij gespeeld. Het carnavalssymbool van Venlo, de rode haan, is dan ook het icoon van carnavalsvereniging D’Haone.
De latere opkomst van het Brabants carnaval had als voordeel dat men vooral van de minder wenselijke ontwikkelingen in het Limburgse kon leren. Dit heeft er o.m. toe geleid dat vergaande versnippering is voorkomen door vrij snel of van meet af aan stedelijke overkoepelende stichtingen of verenigingen in het leven te roepen voor de organisatie van het carnaval. In Eindhoven kent men daarom de FEC (Federatie Eindhovens Carnaval).

2.1.3. De rest van Nederland

Statement laat carnaval over aan de mensen die wel weten hoe het moetIn de ogen van velen is carnaval vieren boven de rivieren nog steeds een onmogelijkheid. Want, zo zeggen ze, carnaval is een zuidelijk en katholiek feest. De onbevangen waarnemer komt echter tot een andere conclusie. Carnaval blijkt ook daar steeds meer steden en dorpen in zijn greep te krijgen. Men kan hoogstens nog proberen vol te houden: hoe noordelijker, des te beperkter de opzet en de deelname. In veel plaatsen is carnaval nog vrijwel alleen een zaalgebeuren waar gekostumeerde bals georganiseerd worden. Belangrijke publieke carnavalsmanifestaties zoals optochten vinden her en der ook plaats, meestal op de zaterdag voor carnaval. Op maandag en dinsdag wordt in het noorden immers gewoon gewerkt.
Carnaval Twente voetbalDe situatie boven de rivieren is zo verschillend dat deze niet onder een noemer is te vatten. Het aantal ‘complete’ carnavalsverenigingen (met ten minste eigen ‘grondgebied’) bedraagt zeker al 1000, terwijl er al meer dan 100 optochten zijn, vooral in Twente en de Achterhoek.








Om het lezen te vergemakkelijken zijn onderaan de artikelen vier links toegevoegd waarmee achtereenvolgens van links naar rechts, naar het eerste, het vorige, het volgende en laatste artikel gesprongen kan worden.

<< eerste artikel < vorige artikel volgende artikel > laatste artikel >>

 

Lees 4475 keer Laatst aangepast op dinsdag, 02 oktober 2018 11:56

Gerelateerde items (op tag)