3.1 Plaatsing van carnaval in het (kerkelijk) jaar

Het carnaval is door de vastenperiode ingebed in het Rooms-katholieke kerkelijke jaar en vindt zodoende 40 dagen voor Pasen plaats. Daarom kan carnaval in principe op elke datum tussen 2 en 3 februari en 9 en 10 maart vallen. Men viert namelijk het Paasfeest op de 1e zondag na de 1e volle maan na 21 maart (lente equinox). De volle maan was noodzakelijk vanwege de vele pelgrimages naar heilige plaatsen die dan plaatsvonden. Het feest werd zo overal op dezelfde tijd gevierd en pelgrims konden ervan verzekerd zijn dat ze de tocht, ook bij nacht, konden volbrengen. Het is ook niet toevallig dat het carnavalsseizoen wordt ingezet op 11 november, het feest van St. Maarten, opnieuw 40 werkdagen voor een belangrijk kerkelijk feest: Kerstmis.

Het hele carnavalsseizoen zit nog niet zo gek in elkaar. Immers: in veel streken mocht de huisslacht alleen tussen St. Maarten en Vastenavond plaatsvinden. Daarbij speelde mee dat in deze koude periode waarin het voedsel schaars was zeugen toch beter geen biggen konden krijgen. Het slachten van dieren paste perfect in de biologische jaarcyclus. Bovendien is de mogelijkheid dat het vlees bederft in deze periode natuurlijk veel geringer. Daarnaast is het logisch dat men aan de vooravond van de vastenperiode het er nog eens goed van neemt met de moeilijk te bewaren vleeswaren. Na 11 november trad bovendien een soort natuurlijke vakantie in. Men had op die dag, nadat de pacht was betaald, stevig gefeest en er hoefde niet meer al te hard gewerkt te worden. Tijdens deze ‘winterslaap’ kon men ook met wat minder voedsel volstaan en ook dat kwam goed uit.


Om het lezen te vergemakkelijken zijn onderaan de artikelen vier links toegevoegd waarmee achtereenvolgens van links naar rechts, naar het eerste, het vorige, het volgende en laatste artikel gesprongen kan worden.

<< eerste artikel < vorige artikel volgende artikel > laatste artikel >>
Lees 4062 keer Laatst aangepast op maandag, 17 april 2017 10:03